'Hoger' onderwijs gaat verdwijnen, zo denken de 'hoge' scholen in Utrecht erover

© Anne-Merel van Kempen / RTV Utrecht
Utrecht - Termen als ‘hoog’, ‘laag’ of 'middelbaar' worden verbannen uit het onderwijs. De afkortingen mbo, hbo en wo mogen wel. Een overwinning voor de mbo's, maar wat betekent het voor de hogescholen in de regio Utrecht? Zijn er naamsveranderingen op komst?
Demissionair minister Robbert Dijkgraaf wil het vervolgonderwijs hervormen en roept iedereen op te stoppen met hiërarchische aanduidingen in het vervolgonderwijs. "Ze houden ongelijkheid in stand en staan de ontwikkeling van talent in de weg. Juist nu er een groot tekort is aan praktisch opgeleiden, vooral in de de zorg, onderwijs en techniek."
De plannen van de minister sluiten aan bij een recente oproep van de Utrechtse wethouder Dennis de Vries, mbo-instellingen in de stad en belangenorganisaties JOB MBO en de MBO Raad.
Reportage van 15 november 2023:
'Lager en hoger onderwijs is onzin, mbo'ers zijn gewoon goed'

Te voorbarig

In onze regio zitten onder meer de Hogeschool Utrecht, Hogeschool Tio en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU). De minister gaat binnenkort in gesprek met het onderwijsveld. De instelling noemt een naamsverandering "veel te voorbarig". "Bij HKU spreken we al van hbo en niet van hogeschool. We werken nauw samen met mbo’s en zijn toegankelijk. Voor ons is er geen onderscheid tussen ambacht en kennis: we doen het allebei. Het samenbrengen van kennis en kunde leidt tot het beste werk."
De Universiteit Utrecht heeft veel waardering voor de plannen. "De minister legt daarmee de nadruk op het gelijkwaardig waarderen van het vervolgonderwijs na het voortgezet onderwijs. We onderschrijven het belang van kansengelijkheid voor alle studenten om zich optimaal te kunnen ontwikkelen via een opleiding die past bij hun talenten en interesses. We zien uit naar een concrete uitwerking van wat dat betekent voor de benaming van de verschillende soorten vervolgonderwijs."
Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) in Utrecht is blij met de plannen van Dijkgraaf. "Wij kunnen ons helemaal vinden in de boodschap van de minister", zegt voorzitter Demi Janssen. "Voor de toekomstige student moet er aandacht zijn voor de volle breedte aan opleidingen, waar de student op de juiste plek centraal staat. Of je nu aan het mbo, hbo of wo studeert, het gaat om het ontdekken van je individuele talenten en passies, waarbij iedere student gelijke waardering verdient.”
De Hogeschool Utrecht staat achter het plan van de minister, maar is wel benieuwd naar de precieze uitwerking en wat dat dan betekent voor de naam van de school. “Er zullen nog gesprekken volgen met het ministerie.” De HU wijst ook op de wet Hoger Onderwijs. “Wat gaat er met die naam gebeuren?”

Dit wil de minister

Dijkgraaf ziet een toenemende druk om een ‘zo’n hoog mogelijke’ opleiding te doen. Dit leidt volgens hem tot stress en een hoger risico op uitval. Er is volgens de minister een race naar de top ontstaan. Het idee dat een ‘hogere’ opleiding status geeft, deuren opent en meer levensgeluk biedt, wordt vaak van generatie op generatie doorgegeven, stelt de minister. "Maar als een studie niet bij jou past, is de kans op uitval, stress of spijt achteraf groot."
Het roer moet om, vindt Dijkgraaf. Hij wil toe naar een 'waaier' aan opleidingen naast elkaar, waardoor jongeren makkelijker hun plek kunnen vinden en eenvoudiger kunnen switchen van bijvoorbeeld mbo naar hbo. Het meenemen van studiepunten of het volgen van voorbereidende modules moeten hieraan bijdragen.

Meestertitel en en een studentenleven voor mbo'ers

De minister wil daarnaast een betere begeleiding tijdens het studiekeuzeproces en vindt dat mbo'ers toegang moeten hebben tot studenten(sport)verenigingen, uitgaansgelegenheden of studeren. Hij wil daarnaast een meestertitel voor mbo-studenten die zich na hun diploma verder willen bekwamen in hun vakmanschap. Er is een miljoen euro vrijgemaakt voor onderwijsprojecten waarin gemengde studententeams van verschillende onderwijssectoren samenwerken, elk vanuit hun eigen expertise.
Voordat het echt zover is, zijn er nog heel wat maatregelen te nemen. Het taalgebruik aanpassen is een eerste stap. "Alle juridische begrippen en formele benamingen aanpassen heeft veel voeten in de aarde", beseft Dijkgraaf. Ingrijpende besluiten zijn aan een volgend kabinet, maar de minister blijft de komende tijd wel het gesprek voeren. In de Tweede Kamer, maar ook met het onderwijsveld zelf. Binnenkort organiseert hij een bijeenkomst om ideeën en goede voorbeelden te delen.