Utrechtse die zich in middeleeuwen liet inmetselen vormde inspiratie voor boek: 'Hoe overleef je dat?'

Frans Willem Verbaas
Frans Willem Verbaas © ANP
Utrecht - De schrijver Frans Willem Verbaas raakte zo geïntrigeerd door de Utrechtse Suster Bertken die in de 15e eeuw leefde, dat hij een boek over haar schreef. De vrouw liet zich inmetselen, en bracht de rest van haar leven door in een kluis. Wat bewoog de vrouw tot deze daad?
"57 jaar lang in een kluis leven, zonder naar buiten te gaan en veel te kunnen bewegen. Hoe overleef je dat?", vroeg schrijver en predikant Frans Willem Verbaas zich af toen hij tien jaar geleden in een boek over 1001 vrouwen in de Nederlandse geschiedenis over Suster Bertken las.
Hij verdiepte zich in haar leven. Dat nam een bijzondere wending toen zij zich op haar dertigste liet inkluizen, tegen de voormalige Buurkerk, wat tegenwoordig de Choorstraat is. Voor deze daad volgde Bertken een opleiding in een klooster. "Inkluizen mocht niet zomaar. Je moest toestemming krijgen van de bisschop die de indruk moest hebben dat je een goede, religieuze vrouw was."
De meeste vrouwen metselden zich niet voor hun veertigste in. "Maar zij was blijkbaar zo happig dat ze toestemming kreeg." Toen ze zich liet inmetselen werd ze een soort eenpersoonsklooster, legt Verbaas uit. Een bediende bracht haar eten en de was.

Ontspanning van het lot

Waarom koos de vrouw voor een leven in gevangenschap? In de middeleeuwen kozen meer vrouwen voor een leven als kluizenares, licht Verbaas toe. Mogelijk wilden de vrouwen zich afkeren tegen de wereld, was het een soort ontsnapping van hun lot. "Als vrouw had je twee opties in die tijd: trouwen of het klooster in. In beide situaties was je je vrijheid kwijt."
De paradox was dat Bertken vast zat tussen de muren, maar daar tussenin vrij was, zegt Verbaas. "Er zijn historici die zeggen dat het iets emancipatorisch had." Ook is er een theorie die stelt dat Bertken boete wilde doen voor haar vader, een belangrijke priester "die zich niet zo braaf had gedragen in het leven." Zo hield hij er een concubine op na waar hij twee kinderen mee kreeg."
In de middeleeuwen geloofde men dat je naar het vagevuur gaat, voordat je naar de hemel of hel gaat. Als mensen op de aarde voor je bidden of boete doen, werd de tijd in het vagevuur verkort.

De historische feiten gebruikte Verbaas voor zijn roman "Suster Bertken – Het wonderlijke verhaal van de Utrechtse kluizenares die zich 57 jaar vrijwillig liet opsluiten" die onlangs uitkwam.

In het boek werkt de schrijver een fictieve verhaallijn uit over een conflict tussen haar en een pastoor in de kerk, die in die tijd werd uitgebreid. "De pastoor wilde de kluis daarom weg hebben. Maar zij zit er dan al vijftig jaar en wil niet meer weg."

Er ontstaat een strijd tussen de machtige pastoor en onmachtige kluizenares, maar door haar wijsheid weet ze er toch een verrassende wending aan te geven. "Ze kan er blijven en in vrede sterven."

Coach van de stad

Suster Bertken vulde haar dagen met mediteren, bidden en het schrijven van verzen. Ze was de eerste vrouw van wie in Nederlands drukwerk is verschenen, weet Verbaas. Het valt hem op dat haar teksten een opgewekte toon hebben. "Ik heb in mijn boek geprobeerd er een opgewekte tante van te maken."
De kluis van Bertken had twee ramen. Via de een kon ze de kerkdiensten zien en luisteren naar het koor. De hele dag werden er missen opgevoerd. De ander zat aan de straatkant, zodat ze kon communiceren met passanten.
Vanaf haar kluis groeide ze uit tot een soort stadscoach, vertelt Verbaas. "Mensen kwamen langs om met haar te praten, advies in te winnen of te vragen voor hen te bidden." Dat maakte haar geliefd onder de bevolking en het gaf een stuk invulling voor haar eigen leven.
En zo leidde Bertken ondanks haar beperkingen toch een leven waarin ze zich ontwikkelde, creatief was en van betekenis was voor mensen in de stad, zegt de schrijver die hier een les uit trekt. "We hebben allemaal onze beperkingen, zoals ziekte. Maar met je beperkingen kun je toch tot bloei komen. Dat heeft ze mij geleerd."