AlFitrah schuldig aan meineed, vrijspraak voor niet meewerken parlementaire commissie

De voormalige alFitrah-moskee in Utrecht Overvecht
De voormalige alFitrah-moskee in Utrecht Overvecht © RTV Utrecht
Utrecht - De Utrechtse Stichting alFitrah is vrijgesproken van het niet meewerken aan parlementair onderzoek. Volgens de rechtbank is er onvoldoende bewijs dat de stichting en haar voorzitter drie jaar geleden opzettelijk niet meewerkten aan een parlementaire onderzoekscommissie. Wel oordeelt de rechter dat er sprake is van meineed en valsheid in geschrifte. Daarvoor krijgt de voorzitter een taakstraf.
In 2019 werd een commissie ingesteld door de Tweede Kamer om onderzoek te doen naar "ongewenste beïnvloeding van religieuze en maatschappelijke organisaties uit onvrije landen in Nederland". Volgens het OM werkten alFitrah en de voorzitter daar onvoldoende aan mee en handelden ze daardoor strafbaar. Zo zou de voorzitter bepaalde administratieve stukken van de stichting niet delen met de commissie, omdat ze volgens hem bij de FIOD lagen.

'Waarheidsbevinding bereikt'

De rechtbank concludeert dat de stichting in een brief wel antwoord gaf op vragen van de commissie. Ook heeft de commissie met toestemming van de stichting de gevraagde stukken bij de FIOD opgevraagd en ontvangen. "Daarmee is voldaan aan de vorderingen van de onderzoekscommissie en is het doel bereikt: waarheidsvinding", oordeelt de rechtbank.
Wel is de rechtbank het eens met het OM dat er sprake was van "onvolledigheid". Ook had de voorzitter van de stichting meer informatie kunnen delen. "Het kan niet anders dan dat hij wist dat de stichting de betreffende stukken alweer terug had gekregen van de FIOD”, stelt de rechtbank. De voorzitter heeft zich hierdoor schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en meineed. "Dat kwam doordat hij, onder ede, tegenover de commissie zei dat hij niet de beschikking had over bepaalde stukken terwijl dat wel het geval was", oordeelt de rechtbank. Maar dat is iets anders dan het opzettelijk niet meewerken aan het onderzoek volgens de rechtbank. "Er is geen bewijs waaruit blijkt dat bewust informatie is achtergehouden."

Lagere straf

Het OM verdacht de voorzitter en zijn partner ook van valsheid in geschrift en witwassen bij opgestelde leningsovereenkomsten. In werkelijkheid zou dit gaan om schenkingen van de stichting aan de voorzitter en de secretaris. Maar de rechtbank oordeelt dat dit ook niet bewezen kan worden.
Het OM eiste tegen de voorzitter van de stichting een celstraf van 4 maanden. Door de uitspraak van de rechtbank valt de straf lager uit: een taakstraf van 120 uur. De secretaris wordt vrijgesproken. De stichting, die zich schuldig maakte aan valsheid in geschrift, krijgt geen straf opgelegd omdat die inmiddels failliet is.