Wie kreeg er een jeugdlintje? Voor vluchteling Zahraa is Utrecht haar stad: 'Hier ben ik herboren'

© Bas van Setten
Utrecht - Ze is nu net 20, Zahraa kwam in 2015 vanuit Irak naar Nederland en is sindsdien zeker vijftien keer verhuisd. De constante trek van locatie naar locatie heeft zijn sporen nagelaten: "Ik ben in een depressie geraakt, ik heb daar nog steeds hulp voor, maar sta daardoor ook open voor anderen. Ik weet wat ze voelen."
Zahraa kreeg in november uit handen van wethouder Dennis de Vries een jeugdlintje voor haar vrijwilligerswerk. Ze helpt lotgenoten als tolk, organiseert iftars en komt op voor de belangen van jonge vluchtelingen. Ondertussen zit ze in het tweede jaar van haar studie aan het Beauty College van het ROC. Ze weet precies wat een 12-jarige vluchteling meemaakt bij aankomst in Nederland. "Ik heb alles meegemaakt, ik weet wat ze voelen. Daarom doe ik echt mijn best om iets voor die jonge kinderen te organiseren. Er zijn zoveel kinderen, maar niemand ziet ze. Ze zijn niet in beeld. Terwijl ze juist veel liefde en aandacht nodig hebben."
Zelf was dat precies wat Zahraa destijds ook nodig had. "Gewoon een moment van gezelligheid, een beetje plezier in het leven. Als ik in het azc een kind zie dat aandacht nodig heeft, ga ik niet gelijk in gesprek. Ik koop wat lekkers, roep een groep kinderen bij elkaar en zorg dat dit ene kind er ook bij is. Tijdens dat groepsmoment focus ik me dan op dat kind, maar het is een gezamenlijk moment. Hij of zij is niet alleen."

Het jeugdlintje is in 2008 ingesteld door de Utrechtse gemeenteraad. Het is een bijzondere blijk van waardering voor jongeren tot en met 23 jaar, die zich op een bijzondere manier hebben ingezet voor een ander en voor Utrecht. De verdiensten van de jongeren die dit jaar een jeugdlintje kregen zijn zeer divers; van vrijwilligerswerk tot mantelzorg en van tolk voor vluchtelingen tot klimaatvoorvechter.

Het komt er op neer dat Zahraa vaak haarzelf terugziet in jonge kinderen die net zijn aangekomen. Eén voorbeeld is haar bijgebleven. "Ik zat toen in het azc in Drachten. We waren aan het spelen met een groep kinderen, op één meisje na. Ze was een jaar of acht en zat afgezonderd bedrukt te kijken. Het enige wat ze deed, was tekenen: een gebroken hartje. Ze begon te huilen toen ik vroeg wat er aan de hand was. Haar vriendin was die dag verhuisd. Ik heb haar getroost en verteld dat ik nu haar vriendin was. Ik heb allemaal foto's met haar en ze leefde helemaal op, dat vond ik een mooi moment."

Meer meegemaakt dan iemand van 40

Zahraa maakte zelf vaak mee dat ze weer afscheid moest nemen van vriendinnen in het azc. "Ik kwam ook in een vreemd land, sprak de taal niet. Ik ben net 20 jaar geworden en ben inmiddels vijftien keer verhuisd. Daardoor ben ik wel in een depressie geraakt. Psychische problemen bij kinderen in azc's worden onderschat, die zijn niet zichtbaar. Ik heb meer meegemaakt dan iemand van 40 jaar uit Nederland. Natuurlijk hebben zij ook problemen, maar het is wel anders. Ik ben afhankelijk van de overheid, Nederlanders hebben problemen met zichzelf."
Nu - ruim acht jaar later - is Zahraa een vraagbaak. Ze spreekt de taal, volgt ook een opleiding in het Nederlands en heeft ervaring met het aanvragen, vertalen en invullen van papieren. Haar moeder zet zich ook veel in als vrijwilliger bij het COA en de Vrijwilligerscentrale. "Veel mensen weten ons te vinden, ik krijg veel appjes en er wordt vaak op onze deur geklopt. Mijn moeder is wel één van mijn voorbeelden, ik heb veel van haar meegekregen en ben met haar meegegroeid. Angelina Jolie en Lady Diana inspireren mij ook. Zij hebben veel gedaan voor de mensheid."
© Zahraa
Utrecht is ondanks al die verhuizingen wel echt haar stad geworden. "Ik ben hier aangekomen, ik ben hier opnieuw geboren." Ze zit inmiddels in haar derde jaar van haar opleiding waar ze overigens eerst ook nog een moeilijke start kende. "Er werd weleens gevraagd waarom ik meer hulp kreeg dan anderen. Ik voelde dat en besloot toen een presentatie te doen voor mijn klasgenoten en docenten. Ik heb verteld wie ik ben: een vluchteling. En als ik een dag niet op school ben, heeft het vaak daarmee te maken. Dat heeft veel indruk gemaakt. Ik wilde ze laten inzien dat niet alles wat ze horen of lezen, altijd waar is."
Haar presentatie van toen is inmiddels uitgegroeid tot een workshop. Daarin probeert ze bijvoorbeeld beleidsmakers te helpen met het betrekken van jongeren die door hun achtergrond minder makkelijk meekomen in de maatschappij. "Je leest veel in de media. Veel is negatief, maar het gaat niet over hoe wij ons voelen. Ik doe gewoon normaal op school. Ik houd me groot, maar zo voel ik me niet. Maar als ik niet praat, wie doet dat dan?"