Pestende promovendus mocht terecht niet meer op werk komen van de Universiteit Utrecht

© RTV Utrecht / Oane Born
Utrecht - De Universiteit Utrecht heeft een promovendus binnen het departement Scheikunde terecht de toegang tot zijn werkplek ontzegd, nadat meerdere collega's hadden geklaagd over grensoverschrijdend gedrag. Dat concludeert de rechter.
De promovendus zou zijn collega's hebben gepest, geïntimideerd en gediscrimineerd op basis van afkomst, gender en zwangerschap. Eind maart ontving hij een mailtje van zijn professor, die hem duidelijk maakte dat hij voorlopig niet welkom was in het Nicolaas Bloembergengebouw, waar hij werkte. "Meerdere werknemers hebben hun zorgen geuit en geven aan dat zij en anderen zich onveilig voelen in jouw aanwezigheid." Er zouden meerdere incidenten zijn geweest.
Enkele dagen later vond er een gesprek plaats tussen de PhD-kandidaat en de universiteit, waarin hem werd verteld dat een extern bureau een verkennend onderzoek naar de anonieme meldingen zou doen.

Ongewenste omgangsvormen

Dat bureau concludeerde dat er sprake was van "ongewenste omgangsvormen" en dat de universiteit in moest grijpen. De promovendus werd uiteindelijk voor de keuze gesteld: meewerken aan een formeel feitenonderzoek of onder strikte voorwaarden alsnog zijn PhD binnen korte tijd afronden.
Hij koos voor de tweede optie, maar kwam er uiteindelijk niet uit met de universiteit onder welke voorwaarden dat moest gebeuren. Zo vond hij dat de toegang tot het Nicolaas Bloemenberggebouw, waarin ook het laboratorium zit dat hij nodig had voor zijn werkzaamheden, hem onterecht was ontzegd. Ook mocht hij zijn promotors alleen buiten het gebouw ontmoeten. Het onderzoek zou niet conform protocol zijn uitgevoerd, meent de PhD-kandidaat.
Zo zegt hij dat hij door de onderzoekers niet is gehoord. De rechter gaat daar niet in mee: het verkennend onderzoek moest alleen uitwijzen om hoeveel meldingen het precies ging en wat de aard van die meldingen was. Dat hij daarin niet is gehoord wil dus niet zeggen dat het vooronderzoek niet goed is verricht, aldus de rechter.
Inmiddels loopt er een uitgebreider feitenonderzoek naar het hele voorval. Veel te laat, vindt de promovendus. Maar ook daarin gaat de rechter niet mee. Hij had er immers zelf voor de tweede optie gekozen: zijn PhD binnen korte tijd afronden.

Sociaal veilige werkomgeving

Omdat de universiteit "de verplichting heeft om zorg te dragen voor een sociaal veilige werkomgeving voor ál haar werknemers", is het terecht dat in ieder geval ten tijde van het onderzoek hem de toegang tot het gebouw is ontzegd, concludeert de rechter daarom. Het speelt mee dat meerdere collega's met hem het gesprek zouden zijn aangegaan over zijn ongewenste gedrag, maar dat dat niet tot verandering leidde. "De gerechtvaardigde vrees bestaat zodoende dat daadwerkelijk ongewenste situaties zullen ontstaan wanneer hij onbeperkte toegang heeft tot het gebouw."