Zo gaan Utrecht en het Rijk de strijd aan met overlastgevende vreemdelingen bij het Bollendak

© ANP
Utrecht - Op de huid zitten en waar mogelijk uitzetten via een versnelde asielprocedure. Met hulp van het Rijk gaat Utrecht paal en perk stellen aan criminele en overlastplegende vreemdelingen. De stad is voorloper van een langetermijnaanpak waarvoor het kabinet 45 miljoen euro heeft vrijgemaakt.
Met name het stationsgebied van Utrecht heeft al langere tijd te maken met overlast, in het bijzonder de omgeving van het zogenoemde Bollendak. De overlast wordt vooral veroorzaakt door vreemdelingen uit landen buiten de Europese Unie en in mindere mate door lokale dak- en thuislozen, lokale jeugd en Oost-Europeanen.
De afgelopen jaren groeide het Bollendak, de prestigieuze toegangspoort naar de binnenstad, uit tot een ongure plek met onder meer steekpartijen, straatintimidatie, zakkenrollerij en winkeldiefstallen. Er zijn in vijf jaar tijd in totaal 7825 incidenten geregistreerd, en dan zijn de laatste maanden van 2022 nog niet meegerekend, blijkt uit een analyse van Bureau Beke.

Snelle procedure, gedwongen terugkeer

"Zodra een vreemdeling met overlastgevend en crimineel gedrag in beeld is, willen we doorpakken en komen tot structurele oplossingen", schrijft burgemeester Sharon Dijksma in een brief aan de raad over de aanpak. "Het is noodzakelijk om hen zo snel mogelijk maar zorgvuldig de procedure te laten doorlopen om te beoordelen of zij in aanmerking komen voor asiel en opvang in Nederland. Als dat zo is kan er ook passende hulp of begeleiding worden gezocht. Als duidelijk is dat een asielzoeker niet rechtmatig in Nederland verblijft, wordt ingezet op (gedwongen) terugkeer of overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat."
Een snelle procedure geldt ook voor asielzoekers uit een veilig land van herkomst. Zij maken namelijk weinig kans op een asielvergunning. Op dit moment zetten de IND, politie, het COA en de Dienst Terugkeer & Vertrek zich in Ter Apel al in voor het slagvaardig en snel afhandelen van procedures van asielzoekers met een kansarme aanvraag en voor een persoonsgerichte aanpak van asielzoekers die overlast veroorzaken. Vanuit de Landelijk Coördinator Overlast Asielzoekers wordt een dergelijke aanpak nu ook in Utrecht opgezet.
Het stellen van grenzen moet gepaard blijven gaan met perspectief bieden, stelt Dijksma. De landelijke aanpak noemt ze het sluitstuk. Utrecht wil zorg en begeleiding blijven bieden aan wie dat nodig heeft en daar recht op heeft. "De overlast van vreemdelingen is geen ‘Utrechts' probleem", benadrukt de burgemeester. "We kiezen wel voor een Utrechtse aanpak van zorg en veiligheid. Daarvoor is goede aansluiting op landelijke initiatieven essentieel."

Pilot

Kees Loef, de Landelijke Coördinator Overlast Asielzoekers, gaf eind vorige maand al een voorproefje van de aanpak tijdens een Raadsinformatiebijeenkomst in Utrecht. Om het draagvlak voor opvang van vluchtelingen te behouden, moet de overlast en criminaliteit volgens hem de kop in worden gedrukt door een vrijwillig of gedwongen vertrek van overlastgevende vreemdelingen te versnellen.
Vanuit de coördinator wordt in Utrecht een pilot begeleid waarbij de aanhouding van asielzoekers die zich schuldig hebben gemaakt aan een strafbaar feit als hét moment wordt gezien om gezamenlijk in actie te komen. Daarbij kan worden gedacht aan stelselmatig (lik-op-stuk) sanctioneren bij een strafbaar feit, dossieropbouw en informatie-uitwisseling en indien nodig supersnelrecht.

ISD-maatregel

Er wordt nog gestudeerd op andere mogelijkheden, zoals het vastzetten van overlastplegers via de maatregel inrichting stelselmatige daders (ISD-maatregel). Op dit moment wordt landelijk bij ongeveer 60 vreemdelingen zonder verblijfstatus de ISD-maatregel ten uitvoering gelegd. "Indien deze procedure bij een aantal vreemdelingen met succes wordt uitgevoerd, is communicatie daarover ook van belang. Bekend is dat een dergelijke aanpak namelijk ‘als een lopend vuurtje’ onder de doelgroep bekend wordt en dat zou wel eens zeer preventief kunnen werken", staat in de analyse van Bureau Beke.
Andere aangedragen verbeterpunten zijn een voorselectie bij de poort van aanmeldcentra in Ter Apel, Budel en Schiphol en meer gewicht hangen aan de zogenoemde Top X-lijst, een rangschikking van veelplegers samengesteld door gemeente, politie en Openbaar Ministerie. Ook moeten consequenties worden verbonden aan het niet nakomen van afspraken tijdens de asielprocedure en moet Europees samengewerkt worden om een waterbedeffect te voorkomen.

Waterbedeffect

In september greep burgemeester Dijksma al in bij het Bollendak, maar dat was gericht op de korte termijn. "Ik voel me daar ook niet altijd veilig", zei ze destijds over het stationsgebied. "Ik denk dat dat voor veel vrouwen geldt. Dat is onacceptabel." Intensief toezicht van agenten, handhavers, stewards, verblijfs- en gebiedsverboden hebben de overlast de afgelopen maanden teruggedrongen, stelt Bureau Beke vast. Maar de huidige aanpak is gezien de personeelstekorten en overige prioriteiten niet houdbaar op de lange termijn.
Bovendien is nu al een 'waterbedeffect' te zien. De problemen hebben bijvoorbeeld verplaatst naar de wijk Lombok en de binnenstad. Daarnaast klinken er volgens de onderzoekers ook geluiden over toenemende overlast uit andere steden zoals Amsterdam en Rotterdam. "De overlastgevers lijken zich te verplaatsen naar plekken waar minder toezicht en handhaving is."
Het onderzoeksbureau heeft meerdere mensen gesproken die in het stationsgebied werkzaam zijn: agenten, boa's, stewards en medewerkers van de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM). Uit deze gesprekken met deze zogenoemde frontliners en uit geregistreerde incidenten komt naar voren dat de vreemdelingen van buiten de EU eigenlijk niet zijn aan te duiden als één groep. Het gaat om een ongeveer 60 jongemannen per dag in Utrecht.

Steeds weer nieuwe gezichten

Het zijn vaak onbekende gezichten voor agenten. Bij aanhouding is het meestal het eerste misdrijf wat ze (in ieder geval) in Utrecht plegen. De veelplegers die de politie voorbij ziet komen zijn vaak elders actief geweest in Nederland, maar in Utrecht zijn ze vaak ‘nieuw’. "Juist deze snelle doorstroom van onbekende gezichten maakt het voor de politie lastig om de orde te handhaven", schrijven de onderzoekers. "Wanneer een gebiedsverbod uit wordt geschreven voor de ene overlastgevende vreemdeling, veroorzaakt de volgende dag een nieuwe vreemdeling de overlast. Politie en handhavers geven aan dat dit een van de uitdagingen is in het verminderen van de overlast."
Volgens frontliners zijn de vreemdelingen vaak te herkennen aan hun geblondeerde haardracht of een sneetje in de wenkbrauw. Vermoed wordt dat kenmerken laten zien bij welke groep ze zitten. Ook dragen ze vaak een petje, mondkapje en sjaal en doen ze hun capuchon op, waardoor het herkennen van de toch al veel wisselende gezichten nog lastiger is. De jongemannen komen vooral uit Arabische landen, waarvan Algerije en daarna Marokko het vaakst voorkomen. Of dat ook echt klopt, is de vraag aangezien ze vaak geen identificerende documenten bij zich hebben.
"Te verwachten is dat vreemdelingen afkomstig uit een veilig land eerder zullen liegen over hun afkomst, om de kans op uitzetting te verkleinen", staat in de analyse. "Zo kunnen Marokkanen zeggen dat ze uit Algerije komen." Het vermoeden bestaat dat het percentage veiligelanders in deze groep fors hoger is dan dat nu uit cijfers naar voren komt. "Het is dan ook aannemelijk dat een redelijk aantal van deze groep een geringe kans heeft op goedkeuring van hun asielaanvraag."

Drugs en gestolen kleding

De jongemannen opereren in verschillende groepen, zijn 'streetwise' en gaan opvallend georganiseerd en brutaal te werk, vermelden de onderzoekers. Zo grepen vijf dieven kleding uit een winkel in Overvecht om vervolgens weg te rennen. Gestolen kleding wordt meegenomen naar het Bollendak en onderhuurhuizen waar ze slapen. Binnen deze huizen is een illegale handel ontstaan waar kledingstukken geruild worden voor verdovende middelen. AVIM-medewerkers geven daarnaast aan wel eens geprepareerde tassen ter voorbereiding op een winkeldiefstal te hebben gevonden, bij controles in het azc in Utrecht.
De goede infrastructuur in Nederland, Utrechts centrale locatie en het winkelcentrum naast het Bollendak lijken de vreemdelingen aan te trekken. Bij aanhoudingen en controles blijkt dat ze uit het hele land komen, al heeft het grootste gedeelte een pasje waarop ze ingeschreven staan in Ter Apel of Budel. Of dit adres nog steeds klopt, blijft een vraag. Opvallend is ook dat tijdens de grote storingen van NS het aantal overlastgevende vreemdelingen aanmerkelijk lager was. Hieruit concluderen de onderzoekers dat in ieder geval een groot gedeelte van de groep vreemdelingen afhankelijk is van de trein om naar het Bollendak te komen, en dus niet in Utrecht verblijven.

Slaapplaatsen

De vreemdelingen slapen in opvanglocaties van het COA, op straat of in een ondergehuurde woningen die ze delen met meerdere vreemdelingen om de kosten te drukken. De meesten zijn (nog) geen asielprocedure gestart. Ze zijn ongeregistreerde vreemdelingen voor de Nederlandse asielketen. Soms zijn ze nog nergens in Europa geregistreerd. Anderen hebben al te horen gekregen dat hen asiel in Nederland geweigerd wordt.
Een deel van de vreemdelingen heeft geen ambitie heeft om in Nederland te blijven, blijkt uit de analyse. "Ze willen ook geen asiel, maar gebruiken de asielprocedure als middel om tijdelijk rechtmatig in Nederland te mogen verblijven. Bij een negatieve beslissing, of zodra het hen vanwege meerdere confrontaties met politie te heet onder de voeten wordt vertrekken ze naar een volgend land zoals België, Duitsland of Zweden."
De aanpak van de overlast is complex, maar krijgt dus meer vorm, met Utrecht als voorloper. Of en wanneer de problemen tot het verleden gaan behoren is op dit moment niet te zeggen. "De problematiek in de omgeving van het stationsgebied is hardnekkig en hier is geen eenvoudige oplossing voor", aldus de burgemeester.